|
Heb ik Anorexia?
Als je anorexia hebt, zul je jezelf in veel van de onderstaande punten herkennen. Als je aan veel van de genoemde criteria
voldoet, en zeker wanneer je de eerder genoemde lichamelijke verschijnselen herkent, is het belangrijk dat je hulp zoekt.
Maar ook als je nog geen duidelijke lichamelijke klachten hebt, is het verstandig in te grijpen. Hoe eerder je hulp zoekt,
hoe groter de kans op genezing. Als anorexia-patiënt zit je echter in een paradoxale situatie. Je bent immers zo bang om te
eten, dat je juist helemaal geen hulp wilt zoeken. Het benoemen en aanpakken van je probleem betekent immers dat je je gedrag
moet veranderen - en dat roept nu juist enorme angst op.
- Je denkt voortdurend aan eten en caloriën
- Je plant je voedselinname heel zorgvuldig en raakt in paniek wanneer je je daar niet aan kunt houden
- Je weegt jezelf veelvuldig, vaak wel een paar keer per dag
- Je raakt in paniek wanneer je bent aangekomen, al is het maar een pond
- Je voelt je sterk wanneer je niet eet
- Je stemming wordt grotendeels bepaald door at je eet en wat je weegt
- Wanneer je volgens jezelf teveel eet (hoewel het misschien niet zoveel is), en 'verboden' voedsel, moet het er weer uit
- Je gebruikt hiervoor laxeermiddelen, of je probeert het eten met overgeven er weer uit te gooien
- Je doet veel aan lichaamsbeweging en raakt in paniek als je naar jouw idee niet genoeg hebt gedaan
- Je probeert sociale situaties waarin gegeten wordt te vermijden en verzint smoesjes om maar niet te hoeven eten
- Je hebt last van de lichamelijke verschijnselen die in de paragraven over 'Gevolgen van anorexia' zijn genoemd voor anorexia,
zoals het wegblijven van de menstruatie, koude voeten e.d.
- Je denkt of houdt jezelf voor dat er niets met je aan de hand is, ook al kun je je bijna nergens anders meer op concentreren
dan op het afvallen
Anorexia nervosa betekent letterlijk 'gebrek aan eetlust door een nerveuze oorzaak'. Anorexia is dus een psychisch /
emotionele aandoening. Vaak wordt de aandoening in één adem genoemd met boulimia nervosa (vreetbuien gevolgd door langdurig
braken). Anorexia komt veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen: van iedere honderd patiënten zijn er 95 vrouw. Vooral meisjes
in de puberteit en adolescentie, dus vlak voor het volwassen worden, hebben ermee te kampen. Volgens de laatste onderzoeken
heeft circa 1% van de meisjes tussen 16 en 19 jaar een ernstige vorm van anorexia, en ongeveer 5% een lichtere vorm. In de
loop van de tijd zijn er verschillende verklaringen gegeven voor het ontstaan van eetstoornissen. Waarschijnlijk speelt het
slanksheids-ideaal (en de druk die daarmee op vrouwen wordt gelegd) een belangrijke rol. Vandaar ook wel de naam 'Twiggy-syndroom',
naar een mager fotomodel uit de jaren vijftig en zestig. Tegenwoordig wordt aangenomen dat een combinatie van lichamelijke,
psychische en sociale factoren het ontstaan van de eetstoornis beïnvloeden: - Er is een verband tussen eetgedrag en depressie;
hoe die samenhang precies is (wat is oorzaak, wat is gevolg) is nog onduidelijk. - Vreetbuien kunnen beschouwd worden als
een vorm van geconditioneerd gedrag: bij vervelende gebeurtenissen, frustraties en dergelijke grijpt iemand automatisch naar
eten. - Met name bij boulimia nervosa kunnen traumatische ervaringen uit de kinder- en jeugdjaren, zoals mishandeling of seksueel
misbruik, van invloed zijn op het ontstaan van een eetstoornis. - Een verstoorde moeder-kind-relatie of de angst voor volwassenheid
kunnen een rol spelen. Anorexia nervosa remt de lichamelijke groei naar volwassenheid. - Aangeboren karaktertrekken zijn wellicht
van invloed. Het blijkt dat boulimia en anorexia-patiënten relatief vaker bepaalde (overheersende) denkwijzen hebben, zoals
een negatief zelfbeeld, sterk zwart-wit denken of de neiging tot perfectionisme. - Er zijn bepaalde gezinskenmerken die bij
patiënten met eetstoornissen vaker voorkomen. De vraag is echter of deze kenmerken niet juist het gevolg in plaats van de
oorzaak van de eetstoornis zijn. BELOOP VAN DE AANDOENING Mensen met anorexia nervosa zijn voortdurend bang om dik te worden
en onderdrukken daarom hun eetlust en hongergevoel. Mensen met anorexia stellen hun ideale gewicht steeds verder bij: het
wordt steeds lager, ze raken verslaafd aan het lijnen. Ondanks de soms ernstige vermagering blijven ze zichzelf te dik vinden.
Op den duur verliezen ze hun normale gevoel voor eetlust, honger en verzadiging. Ze letten voortdurend op de calorieën die
ze innemen en het eetpatroon wordt steeds eentoniger. Gelegenheden waar samen gegeten wordt proberen ze te vermijden; ze houden
voor iedereen de schijn op dat er niets aan de hand is. Patiënten voelen zichzelf meestal sterk en veilig omdat ze zich het
eten kunnen ontzeggen en alles onder controle lijken te hebben. Vaak zijn ze ook zeer actief, bijvoorbeeld op het gebied van
sport. De omgeving denkt pas bij opvallende vermagering aan de ziekte anorexia nervosa. Er zijn echter verschillende varianten,
de ziekte blijft mede daardoor vaak lang onopgemerkt. Er bestaat een gemengde vorm van anorexia nervosa, waarbij iemand niet
alleen veel minder eet, maar daarbij ook periodes met vreetbuien heeft, gevolgd door braken en/of gebruik van laxeermiddelen.
Ook misbruik van diuretica (plaspillen) komt voor. DIAGNOSTIEK Gewicht is één van de criteria voor de diagnose anorexia nervosa.
Als norm wordt aangehouden een gewichtsafname van meer dan 15% onder de grens voor wat normaal gewicht is (rekening houdend
met lengte en leeftijd). Ook lichamelijk onderzoek maakt deel uit van het diagnostisch onderzoek en is vooral bedoeld om de
lichamelijke toestand van de patiënt te beoordelen. Bloedonderzoek en een hartfunctie-onderzoek zijn aan te bevelen. Artsen
hanteren de volgende criteria voor het stellen van de diagnose: - weigering van de patiënt om het gewicht terug te brengen
naar normaal niveau - een sterke angst om dik te worden - een stoornis in de manier waarop lichaamsvorm en gewicht ervaren
wordt - het uitblijven van tenminste drie achtereenvolgende menstruaties De menstruatie blijft soms al weg voordat er gewichtsverlies
optreedt. Bij amenorroe (geen menstruatie) dient de arts dan ook bedacht te zijn op een zich ontwikkelende eetstoornis.
BEHANDELING:
Vele verschillende behandelmethoden zijn toegepast maar het is niet aan te geven welke de meest effectieve is bij
anorexia nervosa. Sommige behandelingen zijn meer gericht op het eetgedrag, anderen meer op de psychische achtergronden. Een
combinatie van beide is naar verwachting het meest effectief. Over het algemeen zijn dwingende therapieën niet doeltreffend.
Ondeskundige behandeling, in het bijzonder als het om dwingende therapieën gaat, kunnen de problemen verergeren. Belangrijk
is dat de behandelaar ervaring heeft met behandeling van eetstoornissen. Een van de eerste doelen van de behandeling is het
herstel van het gewicht. Daarnaast zal de behandeling zich ook moeten richten op gunstige veranderingen in het zelfbeeld,
lichaamsbeleving en sociale contacten en relaties. Meestal wordt een gedragstherapeutische behandeling (dit is een specifieke
vorm van psychotherapie) toegepast: patiënten wordt stapsgewijs geleerd om te gaan met stijgend gewicht door hen bloot te
stellen aan de voor hen angstige situatie net zolang tot zij er vertrouwd mee zijn. Met behulp van cognitieve therapie (ook
een vorm van psychotherapie) leren patiënten de verkeerde opvattingen over het eigen gewicht en lichaam te veranderen. Behandeling
kan zowel individueel als in groepsverband plaatsvinden. Het voordeel van een groepstherapeutische aanpak is het contact met
lotgenoten. De behandeling is in de meeste gevallen langdurig (langer dan drie maanden). Ambulante behandeling (behandeling
overdag, 's avonds weer naar huis) heeft de voorkeur. Bij ernstige lichamelijke problemen of als er risico voor zelfdoding
bestaat, kan een 24-uurs behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis of speciale kliniek nodig zijn. Ook als er bijkomende
psychische stoornissen zijn (bijvoorbeeld depressie) of als de thuissituatie ernstig verstoord is, kan opname wenselijk zijn.
INFORMATIE:
De Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa geeft voorlichting over ontstaan, verloop en behandelmogelijkheden van
anorexia en boulimia aan patiënten, familieleden en hulpverleners. Daarnaast wil de stichting een platform zijn voor het uitwisselen
van ervaringen van patiënten en van hun omgeving. Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, Velp tel (0900) 8212433 Informatie
over zelfhulp- en nazorggroepen is op te vragen via het landelijk telefoonnummer (0900) 8212433. De Oudertelefoon is speciaal
gericht op informatievoorziening aan ouders en partners. Telefoon (074) 2662748 (Henk Kraaijenbrink). internet: www.sabn.nl
|